Polderblues.be

Leven, wonen en werken in het Waasland


   

 

Kieldrecht ligt centraal in de noordelijke polders van het Waasland. Het is een volkomen vlak gebied gemiddeld 2 à 4 meter boven de zeespiegel. In het Noorden en Oosten paalt Kieldrecht aan Doel en in het Zuiden ligt Kallo en Verrebroek. Ten Westen grenst het aan Meerdonk. Noord-Westelijk wordt het omgeven door Nederland namelijk het dorpje Nieuw Namen. Evenals onze andere polderdorpen veroverd op de zee, wier wateren in zeer oude tijden een groot gedeelte van ons land bedekte. Kieldrecht ligt gemiddeld ongeveer 2 meter boven het zeepeil. De enige waterloop is de Geule, welke zijn oorsprong neemt in de Grote Geule of 't St-Jacobsgat, nabij St-Gillis, en zich door de Melkader te Kallo in de Schelde begeeft. Door de toenemende industrialisering is dit beeld niet meer geldig, en er valt ook op te merken dat deze waterloop vroeger zeer visrijk was.

 

In 1238 hebben we een vermelding dat de "vrouw van Beveren" aan de bisschop van Doornik de haar toebehorende tiende te Kieldrecht afstond, om er een nieuwe kerk te bouwen. We kunnen hier uit besluiten dat de gemeente toen reeds voor een groot gedeelte ingedijkt was, maar de moerassige toestand bestond nog. In 1260 is er een akte waarbij Dirk van Beveren verklaart zich te schikken in een geschil tussen hem en de gravin van Vlaanderen, i.v.m. woestijnen en moeren van Kallo, Verrebroek en Kieldrecht. Rond dit tijdstip is "Harnessepolder" de oudste polder van de gemeente ingedijkt door genoemde Dirk van Beveren die op 10 augustus 1262 aan de abdij van St-Pieters de tienden afstond. Het grondgebied van Kieldrecht werd nu groter op de andere gemeente die nog onderhevig aan bevloeiing waren.


In 1334 begaven de dijken van Doel, Kieldrecht en Kallo die het hele noordelijke deel van Vlaanderen onder water zette. Deze toestand duurde tot 1353 en dan begon men maar eerst aan de herindijking niettegenstaande men van de graaf van Vlaanderen in 1338 reeds een hulpgeld van 1000 pond parisis had verkregen. Op 4 april 1338 werd de bemachtigingsakte voor de herindijking verleend aan de heer van Maldegem, Jan van der Delft, Jan de Clere, Jan Vijt, kastelijn van Beveren en Hendrik van Vliederbeke. In 1367 gaf Lodewijk van Male nog een verdere impuls door vrijverklaring van "het recht van inkomelingschap en van alle schalkerijen" voor anderen naar deze polder te lokken.
De Kerkpolder, de Hoenderpolder en de Nieuwe polder zijn nog drie gekende polders van deze herindijking.
Oorspronkelijk had Kieldrecht een oppervlakte van 1813 hectare.
Er waren nog verschillende overstromingen o.a. 1563,1566 en 1576 doch deze van 1577 was zo enorm dat het Land van Saaftingen en de omstreken van Biervliet met negentien dorpen, en ook een deel van het Land van Beveren door de golven werden verzwolgen. Alle huizen,schuren en stallingen en de hele veestapel waren verloren maar wat erger was waren de 50.000 doden. Op 19 november 1404 was er opnieuw een doorbraak der dijken die geheel het Land van Beveren waaronder ook Kieldrecht onder water zette. Doch dit viel nog mee want reeds in 1408 telde men reeds 192 hofsteden en 833 bunder zaailand. De meeste van deze landen werden door de graaf van Vlaanderen als Heer van Beveren in pacht gegeven en bestonden o.a. in 1442 uit de Ouden en Nieuwe polder, een stuk land genaamd "De Simon" alsook nog land " de Woestijne" en tot slot nog "De Wildernesse" . Deze landen behoorden tot de vlakte bekend onder "Haendorp" reeds bekend vanaf het jaartal 967

Wijken en gehuchte:
Dorp, de Kouter, de Krekelmuit, de Oude en Nieuwe Arenberg- en de Prosperpolder.

Vroeger was Kieldrecht moeilijk te bereiken, doch door de aanleg van de provinciale baan naar Sint Niklaas, de Kasseiweg van Kieldrecht naar De Klinge, de steenweg naar Doel en de kasseiweg door de oude Arenbergpolder naar Kallo was dit verholpen.