Nijverheid:
- Algemeen...
- Vlasnijverheid...
- Blokmakers...
- Linnennijverheid...
- Kantnijverheid...
- Wijmenbewerking...
- Visserij...
- Vogelvangst...
- Vellenbewerking...
Erfgoed:
- De polders...
- Gebinten...
- Hoevetypen...
- Schuurtypen...
- Het erf...
- Kloosterarchitectuur...
- Over boerderijen...
- Gerief en alaam...
- Volksgebruiken...
- Het bouwbedrijf...
![]()
In onze streek is het niet meer vanzelfsprekend dat er nog
veel van het oude gereedschap van al wat vroeger met de landbouw te
maken had aanwezig is. Tegenwoordig is alles vervangen door mechanische
toestellen die daarom niet beter werken maar in elk
geval sneller arbeid toelaten, en in enkele gevallen ook betere arbeid.
Laat het duidelijk zijn zijn dat in het boerenbedrijf de moderne techniek
nooit in staat zal zijn de kwaliteit van de handenarbeid en zijn oude werkmethoden
te overtreffen, al is het alleen maar door
het onbreken van het persoonlijke in de arbeid.
De Boerenwagen:
Deze sierlijke bouw beantwoordt aan zijn bestemming om zeer lichte vrachten
graan, hooi en strooi in grote hoeveelheden te vervoeren. Het hoog opstapelen
van lichte vrachten vergt het vastleggen met een touw dat overlangs de
vracht gespannen wordt.
Dit gebeurt door middel van de woel.
Deze wordt bevestigd onderaan een essen balk, die de achterste wagenschemel doorboort en in de voorste wagenschemel vastzit, en de wagenboom wordt geheten.
De woelstang is rond en draait in twee beugels.
De kop ervan, die door de achterste beugel uitsteekt, is voorzien van een woel- of woelstok, waarmee het touw, dat er aan vastgehecht is, omheen de woel gewonden wordt. Dit touw, zeel of reep dat vooraan de wagen is vastgeknoopt, wordt over de vracht geslingerd, met volle kracht aangespannen en vastgehecht aan de haak van de woelstang.
Aldus wordt de oogst "gewoeld", omdat de vracht niet van de wagen zou vallen. De spaken van de wielen zitten binnenwaarts gericht in de naaf of "bos" zodat het wiel schotelvormig is, wat het voordeel heeft in kleiachtige wegen dat het slijk gemakkelijk van de wielen valt. De paarden worden ingespannen, elk aan een zwengel, aan weerskanten van de dissel.
![]() |
![]() |
![]() |
|---|
De driewielkar:
De meest gebruikte wagen, vooral in Oost- en West-Vlaanderen, was de driewielkar
waarmee men de meest verschillende zaken vervoerde.
De kar kwam in gebruik vanaf het begin van de 19de eeuw. Achteraan had de driewieler twee grote wielen en vooraan een klein wiel (voorloper). Dat kleine wiel was oorspronkelijk (tot ca. 1870) moeilijk draaibaar. Vandaar noemde men de driewielkar ook wel de 'zottekar'.
De karbak ligt op het houten onderstel (snak) en kan worden gekanteld.
De zijborden werden soms verhoogd. Dat was handig voor het vervoeren en het lossen van aardappelen of bieten. Met de driewieler werden niet alleen het zaaigraan, de mest, het klaver of loof, … maar ook de ploeg en de eg van en naar het land gevoerd.
Op de karbak plaatste men soms de varkensren om de zeugen naar de beer te brengen. De karbak kon worden afgenomen en worden vervangen door de beerbak. Die bak was bovenaan vlak en onderaan afgerond en kon ongeveer 500 à 600 liter beer of aal bevatten. In de polderstreek werd het land meestal eenmaal per jaar, in de maand april, bemest. In de zandstreek bemestte men het land meermaals per jaar. In de polder vervoerden de geburen de doden.
Vooraan de lijkstoet reed de "peerdenknecht" van het huis op het paard.
![]() |
![]() |
![]() |
|---|
![]() |
![]() |
|---|
De boomezel of mallejan:
Nog andere benamingen zijn "triekbal". Gebeurde het vervoer over
de weg dan werden de bomen eerst uit de velden gesleept met het paard tot
wanneer men vaste grond onder de wielen had, dan werden de stammen onder de
boomezel vastgebonden. Er bestonden verschillende maten van boomezels met
grote en kleine wielen.
![]() |
![]() |
![]() |
|---|
Zo een mallejan was een vaarboom, bevestigd aan een as waaraan twee wielen zitten. De as waaraan de vaarboom was bevestigd, lag excentrisch ten opzicht van de wielen, daarddor bereikte men dat, indien de vaarboom naar omhoog werd gestoken, de as korter bij de grond kwam. De onderstam of twee onderstammen werden dan in kettingen geslagen, die aan de as werden vastgemaakt.
Haalde men de vaarboom nu naar beneden dan diende deze als krachtarm om de stammen van de grond te tillen. Boven op deze as en op de onderstammen legde men het lichtere hout.
Het paard diende als trekkracht voor dit ruwe werk. Soms werd er ook gebruik gemaakt van een boerenwagen waarvan men de laadbak kon demonteren en zo twee afzonderlijke draagwielstellen bekwam. Zo kon men boomstammen laden. Dit vervoermiddel werd het meest gebruikt om sparren en hoppepalen te vervoeren.
De gierwagen:
Een beerwagen of gierkar is een driewielkar waarop de gierton werd geplaatst.
De gierton lag er, meestal los afneembaar, op een schraag of een "stelling".
Wanneer geen giertonschraag beschikbaar was, werd de gierton gewoon ondersteund
met bi-undels stro.
Er bestaat ook een tweewielkar "treemkar" met vaste gierton.
Werd gebruikt voor het vervoeren van vloeibare mest (aal, beer, gier,)
of vloeibare scheikundige meststoffen naar het te bemesten land.
![]() |
![]() |
|---|
Gierroerder:
Is een lange houten stok die onderaan was voorzien van een dwarslat of
van een dwarsblok.
Gebruikt om de gier of de beer in de kuil wat los te roeren of los te stampen
vooraleer die werd ogepompt.
Beerlepel:
Bestaat uit een ronde, soms potvormige ijzeren scheplepel, bevestigd aan
een lange houten steel.
Gebruikt om de gier of beer uit de put te scheppen en eventueel open te
spreiden.
Gierton:
Gebruikt om vloeibare mest (aal, beer, gier,) in te verplaatsen.
Gierroerder |
Beerlepel | Gierton |
|---|---|---|
![]() |
![]() |
![]() |
Kruiwagen:
Een kruiwagen is een met de hand bewogen voertuig op één wiel. Dit wiel
is gevat tussen de uiteinden van twee draagbomen (berries) die aan het andere
uiteinde met de hand worden opgetild. Op deze draagbomen is een laadvlak
voorzien met een schuin opstaand bord achter het wiel (het "hoofdbord")
en eventueel zij- en achterwanden (bij de bakkruiwagen). Onder elk van de
draagbomen is (met uitzondering van oude modellen met sterk gebogen draagbomen)
een steunpoot voorzien.
Er bestaan verschillende types kruiwagen, o.a. het lattentype, de bakkruiwagen.
De recentere metalen kruiwagen is afgeleid van de vaste bakkruiwagen.
Gebuikt om allerlei kleinere lasten te vervoeren.
![]() |
|---|
Slijpsteen:
Ronde zandsteen draaiend in een waterbad, met de hand voortbewogen.
Gebruikt voor het scherpen van allerlei kleine gereedschappen. Door het
water heeft men geen warmteontwikkeling en blijft de hardheid van de metalen
gewaarborgd.
![]() |
|---|

















