Polderblues.be

Leven, wonen en werken in het Waasland

 

 

Heel vroeger maakte de Putten deel uit van het Schelde-estuarium en bestond uit slikken en schorren, doorsneden met talrijke schorgeulen. Dit grote slikken- en schorrengebied werd in het zuiden begrensd door een oude duinenketen (den hoge, het hoogland), die nu gesitueerd kan worden op de as Zwijndrecht, Melsele, Beveren, Vrasene, St. Gillis.
In de nabijheid van de Putten liep een grote schorgeul met een aantal kleinere vertakkingen, waaruit later na de inpoldering het huidige krekenpatroon zou ontstaan (ten ZW van Kieldrecht ligt hier als bekend restant : de kreek de Grote Geule).


Ter hoogte van de Putten werd het gebied reeds van voor het begin van onze tijdrekening ontveend door o.a. de Menapiƫrs. Het ontvenen, dat ook later verder gezet werd, veroorzaakte de grachten en greppels in de ondergrond van de Putten, een structuur die je, evenals de oorspronkelijke schorgeul, nog goed kan herkennen in de centrale weiden. De veenlagen in de ondergrond zijn nog steeds de bron van de verzilting (het zoute karakter) van het kwelwater, dat aan de basis ligt van de voor Vlaanderen zeer bijzondere flora in dit gebied. Het gebied De Putten maakte in de middeleeuwen deel uit van de Oude Kieldrechtpolder. Van in de 12de of 13de eeuw, mogelijk zelfs vroeger, was het gebied integraal ingepolderd en bestond het grotendeels uit zgn. moeren, turfgebied. Turf was de rijkdom van de streek en werd toen uitgevoerd (over het water) tot in Gent.

 

Het gebied van De Putten diende enkele jaren geleden als decor voor de gevierde serie terug naar Oosterdonk. Daarbij kwamen de Oud Arenbergstraat, de hoeve op nr. 111, de maalderij op nr. 98 en de Putten-plas uitgebreid in beeld.
Vermelden we ook dat deze serie op DVD uitgekomen is.